Aap Noot Mies- De Leesplank

Plankje met woorden en plaatjes om te leren lezen.

Tot ongeveer 1970 leerden kinderen lezen aan de hand van de leesplank Aap Noot Mies. De
methode werd vanaf ongeveer 1900 op de basisscholen gebruikt en betekende een complete
ommekeer in het leesonderwijs.
Een leesplank bestaat uit een plankje met richels. Boven de richels is een woord afgebeeld. Op de
richel leg je de losse letters van het woord dat je ziet. De methode sloot aan bij de klankmethode
waarbij kinderen de letters van een woord na elkaar uitspreken zoals ze moeten klinken. De grote
leesplank stond voor de klas. De kleine leesplankjes met letterdoosjes had ieder kind voor zich op de
bank. Zo kon je klassikaal lezen.
Hoofdonderwijzer M.B. Hoogeveen uit Stiens bedacht de eerste versie van dit leesplankje. Een paar
jaar later maakten Jan Ligthart en Hindericus Scheepstra in opdracht van uitgeverij J. B. Wolters een
nieuwe serie leesboekjes plus leesplankje. Ligthart bedacht de geschiedenis en Scheepstra schreef de
boekjes. Cornelis Jetses voorzag boekjes en plankje van afbeeldingen. Het was de geboorte van de
ook nu nog bekende reeks: aap, noot, mies, wim, zus, jet, teun, vuur, gijs, lam, kees, bok, weide,
does, hok, duif, schapen.
Alie Folkerts, de grondlegster van het Scheepstra Kabinet, herinnert zich het ogenblik dat ze de a van
aap van de grote leesplank mocht pakken om de a te leren. “De hele klas deed mee. Je zag het, je
hoorde het en je voelde het. Ik ben het nooit vergeten!”

Periode
1900 tot 1950
DOOR
DATUM
Thema's
VERHALEN (0)