Vrouw van Zweeloo

Haar huid is nog soepel en haar botten zijn nog gaaf. Ze wordt de vrouw van Zweeloo genoemd, naar de plaats waar ze in 1951 in het veen is gevonden. De huid van de vrouw is zo soepel gebleven, omdat haar goed geconserveerde lijk kort na de ontdekking in een bak met glycerine is gelegd. Hierdoor is de huid niet verschrompeld en stijf geworden, zoals bij eerder gevonden veenlijken. De vrouw van Zweeloo heeft geleefd in de Romeinse tijd. Ze had korte onderbenen en onderarmen, het gevolg van een afwijking in haar puberteit. Ze was 1.55 meter lange en haar laatste maal bestond uit een soort granenpap.

Periode
1950 tot heden
DOOR
DATUM
VERHALEN (0)