Koloniaal Geld

Aan het begin van de 19e eeuw, in 1817, ontstond de Maatschappij van Weldadigheid.

Koloniaal Geld

Deze maatschappij richtte landbouwkoloniën op in Drenthe en bouwde gestichten waar vele bedelaars, wezen en armen - al dan niet vrijwillig - naar toe kwamen.

In deze koloniën was het gebruik van alcohol niet toegestaan. Om het kopen van sterke drank te bemoeilijken, voerde men een eigen muntstelsel in. De koloniën hadden ieder een eigen muntstelsel, het geld uit Veenhuizen had een grote ‘V’ erop. Dit was het enige betaalmiddel en nam de functie van ‘gewoon’ geld in de koloniën geheel over.

Veenhuizen was niet de eerste plaats waar een aparte munt werd ingevoerd. De eerste strafkolonie waar dit gebeurde, was de Ommerschans in Overijssel. Enige jaren later werden ook munten in omloop gebracht in de (gewone) koloniën in Frederiksoord en in de koloniën in Veenhuizen. De eerste munten weden in de koloniën zelf vervaardigd, vaak door een plaatselijke blikslager. Vanaf 1837 kregen alle koloniën dezelfde soort munten, geslagen bij de firma G. van Maanen in Den Haag.

Officieel werd het gebruik van koloniegeld in 1861 afgeschaft, maar waarschijnlijk bleef het nog geruime tijd in omloop.

Periode
DOOR
DATUM
VERHALEN (0)