Manden / Desperado’s op de hei

In 1818 richt Johannes van den Bosch de Maatschappij van Weldadigheid op.

Manden / Desperado’s op de hei

Met het stichten van landbouwkoloniën voor arme landgenoten wil hij de grote armoedeproblematiek in het land aanpakken.

De oprichter van de Maatschappij van Weldadigheid, Johannes van den Bosch, had het beste met zijn kolonisten voor. De Kolonie voorzag haar bewoners van werk, huisvesting, onderwijs en zorg en ook was er aandacht voor ontspanning. Niettemin heerste er een streng regime binnen de koloniën waar sommige bewoners niet mee overweg konden. Zij wilden niet zo hard werken, maakten schulden en onttrokken zich aan het gezag. Ze zagen geen andere uitweg dan stiekem te vertrekken. Geen ‘eervol ontslag dus’ maar een vlucht in het holst van de nacht.

Als deze deserteurs, ook wel desperado’s genoemd, kans zagen om in één nacht een plaggenhut met rokende schoorsteen te bouwen in bijvoorbeeld het Vledderveen, dan werd hun aanwezigheid daar gedoogd. Deze plaggenhutbewoners vielen vanaf dat moment volledig buiten het gezag en de zorg van de Maatschappij van Weldadigheid. Zij moesten hun eigen broek ophouden en dat viel niet mee. Zij vonden hun bestaan in het rietvlechten, een ambacht dat veel mensen binnen de koloniën beheersten.

De desperadokolonies raakten echter steeds dichter bevolkt en het door de natuur verstrekte vlechtmateriaal –wilgentenen – raakte uitgeput. Gelukkig ontdekte een dominee uit Noordwolde in Rotterdam bruikbaar ballastmateriaal aan boord van grote zeeschepen: rotan zou de reddende plaatsvervanger worden van de lokale wilgentenen. Zo ontwikkelde zich een bloeiende vlechtindustrie rond Vledderveen en Noordwolde die nu nog steeds landelijke bekendheid geniet.

Periode
DOOR
DATUM
VERHALEN (0)