Draailier

In de Middeleeuwen wordt de draailier veel gebruikt in kloosters en op kermissen. De draailier is een strijkinstrument.

Draailier

De snaren worden aangestreken door een met hars ingewreven houten schijf. Je kunt meerdere snaren tegelijk bespelen.

Na de Middeleeuwen wordt het instrument mode aan het Franse hof. Het volkse instrument past bij de trend ‘terug naar de natuur’, een decadente gril die tijdens de Franse revolutie - samen met de adellijke bespelers - een einde vindt. De revolutie kost Marie-Antoinette de kop, maar niét de draailier, zodat het in Frankrijk nog steeds een populair volksinstrument is.

De meest gangbare lieren hebben vier resonanssnaren, twee melodiesnaren (´chanterelles’, unisono gestemd) en vier bourdonsnaren. De resonanssnaren worden niet door het wiel geraakt; ze resoneren mee met tonen die op andere snaren worden gespeeld en zorgen zo voor een ingebouwde akoestiek. Op de melodiesnaren kun je liedjes spelen met tangenten, houten ‘vlaggetjes’ die tegen de snaren geduwd kunnen worden.

De bourdonsnaren geven een constante bromtoon (´bourdon´ is Frans voor hommel) die als begeleiding dienst doet. Een van de bourdons heet ´trompette”. Hij loopt over een klein houten kammetje dat licht is en los zit waardoor het kan gaan meetrillen met de snaar. Daarbij ratelt het met zijn voetje op het bovenblad, waardoor de muzikant een ritmisch trompetachtig effect aan zijn muziek kan toevoegen.

Periode
DOOR
DATUM
VERHALEN (0)