Serpent

'Zinken' zijn hoorns met vingergaten en de serpent is een contrabasversie daarvan.

Serpent

Vingergaten als manier om de buis te verkorten, werkt goed op fluiten en klarinetten, maar is lastig op instrumenten die met de lippen tot klinken gebracht worden, zoals de hoorn. De toonvorming is problematisch en hangt sterk af van de embouchure (de actie van de lippen die nodig is om een blaasinstrument te bespelen). Om de gaten op dit lange instrument toch onder bereik van de vingers te brengen, krijgt hij zijn wonderlijk model dat de naam verklaart.

Serpenten worden vanaf het eind van de 16de tot het eind van de 19de eeuw in mannenkloosters gebruikt voor zangbegeleiding, aanvankelijk in Frankrijk en later ook elders. Omdat het ook een mooie zware bas is, was de serpent ook populair in het militaire orkest. Daar werd het instrument in de 19de eeuw verdrongen door de ophicleïde en later de tuba.

De serpent bestaat uit twee helften die worden uitgehold en op elkaar gebonden en gelijmd. Omdat er nog geen watervaste lijmen bestonden, werd alles met zwart leer bekleed. De buis is conisch (neemt toe in diameter) en daarom wordt het instrument tot de hoorns gerekend. Het heeft zes vingergaten en geen duimgat.

De hier afgebeelde serpent is vermoedelijk Belgisch of Frans en dateert van ca. 1800. Hij heeft twee kleppen voor extra halve tonen.

Periode
DOOR
DATUM
VERHALEN (0)