De 102.000 stenen

Als ik in Westerbork ben en ik zie die 102.000 steentjes, dan denk ik aan de oorlog.

De 102.000 stenen

Ben Valk uit Groningen is elf jaar oud als hij in 1943 vanuit kamp Vught in Westerbork terecht komt. Met zijn vader, moeder en zes broertjes en zusjes wordt hij op 4 september 1944 gedeporteerd naar Theresienstadt. Ben overleeft de verschrikkingen en keert na de bevrijding terug in Nederland. Op de appèlplaats van kamp Westerbork staat voor Ben geen steen. Voor 102.000 anderen die in de kampen werden vermoord wel, onder hen veel leden van de familie Valk. Ben zegt daarover:

‘Als ik in Westerbork ben en ik zie die 102.000 steentjes, dan denk ik aan de oorlog. Dan denk ik aan al die familieleden die niet zijn teruggekomen. Dan denk ik aan alles wat ik heb gezien, wat andere mensen is aangedaan. Dan denk ik aan mijn eigen leven en hoe de herinneringen allemaal zijn teruggekomen.’

Voor veel overlevenden en nabestaanden zijn de 102.000 stenen een plek voor herinneringen. Een laatste rustplaats hebben hun dierbaren immers bijna nooit gekregen. 102.000 keer een steen voor 102.000 keer een vader, een moeder, een broer, een zus, een zoon, een dochter, een klasgenoot, een buurmeisje zorgen ervoor dat zij niet vergeten worden.


 

VERHALEN (0)