De spits van Kanniewat

Kanniewat moet zelf eerst vier spitsen maken, anders mag hij niet mee op jacht.

De spits van Kanniewat

Kanwelwat en zijn zoon Kanniewat zitten op een morgen voor hun tent. Kanniewat is net 14 geworden en mag daarom morgen voor het eerst mee op jacht, maar zijn vader is streng: Kanniewat moet zelf eerst vier spitsen maken, anders mag hij niet mee.

Kanniewat pakt een vuursteenknol en maakt een aantal lange, smalle afslagen. Vader pakt een kling en laat nog één keer zien hoe je daar een goede pijlpunt van kunt maken. Kanniewat is meestal erg ongeduldig. Hij prent zich in: “Eerst kijken, dan doen.” Bij de eerste spits moet vader nog een beetje helpen, maar aan het eind van de morgen heeft hij er vier klaar voor gebruik.

De jagers hebben zich ditmaal verscholen in een bosschage. Het gestamp van de hoeven komt steeds dichterbij. Dan komt het aanvalsteken van Jagersbloed. De rendierjagers stormen op de langstrekkende kudde af. Harpoenen worden naar de dieren geslingerd, pijlen worden afgeschoten. Een jonge bok rent in blinde paniek naar de buitenkant van de vluchtende horde. In één beweging spant Kanniewat zijn boog en schiet. De spits dringt diep in de hals van het getroffen dier.

Trots toont Kanniewat zijn jachttrofee aan de andere jagers, die hem vol bewondering aankijken. Goed gedaan!

Periode
DOOR
DATUM
VERHALEN (0)