Het leven van een rendierjager

Kanwelwat zit voor zijn tent. IJs en sneeuw zijn verdwenen. Een onmetelijke vlakte strekt zich voor hem uit.

Het leven van een rendierjager

Kanwelwat zit voor zijn tent. IJs en sneeuw zijn verdwenen. Een onmetelijke vlakte strekt zich voor hem uit, onderbroken door een rivier en wat struikgewas. Hij is alleen achtergebleven; de vrouwen en kinderen zijn op zoek naar eetbare vruchten en planten en de jagers zijn op jacht.

Kanwelwat maakt gereedschappen van vuursteen en rendierbot: pijl- en speerpunten, messen, harpoenen en vuistbijlen, naalden en priemen. De rendieren hebben de toendra tot de rivier kaalgevreten. De enorme kudde is op drift geraakt en steekt de rivier over. De jagers komen uit het struikgewas en vallen de kudde aan. Harpoenen en speren dringen in de lijven van de machteloze rendieren. De buit is groot en tevreden keren de jagers terug naar hun kampement.

Kanwelwat is trots op zijn wapens, ze zijn effectief, maar veel is achtergebleven in het jachtgebied. Dat is niet erg, want de geslachte dieren leveren geweien, botten en pezen op, ruim voldoende om de voorraad wapens weer aan te vullen.

Periode
DOOR
DATUM
VERHALEN (0)